De geschiedenis van de Victoria Amazonica in botanische kassen

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Eva van der Linden
Tuinkasontwerper en groenspecialist
Botanische Educatie & Wetenschap · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: een blad zo groot als een eettafel, drijvend op het water, met randen die wel vijf centimeter omhoog komen. En dan die bloem – eerst wit, dan roze, die maar één nacht bloeit. Dat is de Victoria amazonica, de koningin van de waterlelies.

Maar hoe krijg je zo'n tropische reus uit de Amazone naar een koude kas in Leiden of Londen?

Dat verhaal is een avontuur op zich.

Wat is de Victoria amazonica precies?

De Victoria amazonica is geen gewone waterlelie. Het is de grootste soort ter wereld, met bladeren die in het wild wel drie meter in doorsnee kunnen worden.

De onderkant is bedekt met stekelige ribben, en het blad kan het gewicht van een klein kind dragen. De bloem is een waar spektakel: ze opent wit en geurig in de avond, verkleurt de volgende dag naar roze, en is dan uitgebloeid. De plant komt uit de ondiepe, warme wateren van het Amazonebekken.

Daar groeit ze als een eenjarige: ze zaait zich uit, sterft af, en begint opnieuw uit zaad.

In Europa kan ze natuurlijk niet buiten overleven. Daarom zijn botanische kassen vanaf de 19e eeuw haar tweede thuis geworden. Het is een icoon van victoriaanse tuinbouw en wetenschappelijke ambitie.

De race om de reuzenlelie: hoe het allemaal begon

In de jaren 1830 bereikten de eerste verhalen en schetsen van deze monsterlijke plant Europa. Botanici raakten in de ban. De uitdaging?

De zaden levend en kiemkrachtig over de Atlantische Oceaan krijgen. Dat lukte voor het eerst in 1849, toen de Engelse tuinman Thomas Bridges zaden naar de Royal Botanic Gardens in Kew stuurde. Maar ze kiemden niet.

De echte doorbraak kwam pas in 1849. De Duitse plantkundige Eduard Friedrich Poeppig had al eerder zaden verzameld, maar het was de Britse ontdekkingsreiziger Richard Spruce die in 1850 zaden naar Engeland stuurde.

Die werden toevertrouwd aan Sir William Jackson Hooker, directeur van Kew Gardens. Na een zenuwslopende reis van maanden, waarbij de zaden in vochtige aarde werden bewaard, lukte het. In 1851 bloeide de eerste Victoria amazonica in Europa.

Het was een mediaspektakel. Mensen stonden in de rij om de bloeiende reuzenlelie te zien. Queen Victoria zelf gaf haar naam aan de plant.

In Nederland was het de Leidse Hortus Botanicus die in 1872 voor het eerst succes had. Hun kas – speciaal gebouwd voor tropische waterplanten – werd een trekpleister.

De techniek was simpel maar cruciaal: het water moest constant rond de 28 graden Celsius blijven.

Dat deden ze met kachels en enorme waterreservoirs.

Hoe kweek je een reuzenlelie in een kas?

Het kweken van een Victoria amazonica is topsport voor botanici. Alles draait om drie dingen: warmte, ruimte en geduld.

De plant, die ooit werd gevonden door avontuurlijke plantenjagers, heeft een minimale watertemperatuur van 25°C nodig, en een luchttemperatuur van boven de 20°C.

In moderne kassen wordt dit geregeld met vloerverwarming en speciale pompen die het water continu rondpompen. De bak of vijver in de kas moet minstens 2 meter in doorsnee zijn en zo'n 60 centimeter diep. De bodem wordt gevuld met een dikke laag kleiachtige, voedselrijke grond.

Het water wordt zachtjes bewogen om de wortels van zuurstof te voorzien. En dan is er licht: veel licht. Kunstmatige belichting is vaak nodig, zeker in de donkere wintermaanden. Een typische kweekcyclus begint in januari.

De zaden – hard als steentjes – worden eerst gevijld en dan in warm water gelegd.

Na een week of twee komen de eerste worteltjes. Dan gaan ze in een potje met aarde, vergelijkbaar met de vroege orangerieën in Europa, onder water.

Na een maand of twee is de plant sterk genoeg om in de grote bak te worden geplant. En dan is het wachten tot de zomer, wanneer de eerste bladeren verschijnen. Die groeien in enkele dagen tot hun volle omvang.

Varianten en waar je ze kunt zien (of kopen)

Er zijn twee soorten in cultuur: de Victoria amazonica zelf, en de iets kleinere Victoria cruziana.

Die laatste heeft iets minder stekelige bladranden en is iets makkelijker te kweken. Voor de echte liefhebber zijn er ook kruisingen, zoals de 'Longwood Hybrid', die speciaal voor tuincentra is ontwikkeld. Een volwassen, bloeiende plant in een pot kopen? Dat kan bij gespecialiseerde kwekerijen.

Verwacht prijzen van €75 tot €150 voor een jonge plant die al enkele bladeren heeft. Zaden zijn goedkoper, zo'n €15 tot €25 voor een zakje met 5-10 zaden, maar de opkweek is een uitdaging.

  • Hortus Botanicus Leiden: De oudste botanische tuin van Nederland heeft een speciale Victoria-kas. Entree: ongeveer €12,50.
  • Royal Botanic Gardens, Kew (Londen): De Waterlily House is een icoon. Entree: vanaf £15.
  • Botanische Tuin TU Delft: Heeft ook een exemplaar, vaak in de zomermaanden te zien.

Wil je gewoon genieten van het spektakel? Dan zijn deze kassen de moeite waard:

Veel kleinere botanische tuinen met een rijke geschiedenis hebben in de zomer ook een tijdelijke tentoonstelling. Check hun websites vanaf juni.

Praktische tips voor de thuisliefhebber

Droom je van een eigen Victoria amazonica in je vijver? Dat kan, maar wees realistisch.

Je hebt een serieuze kas of verwarmd tuinhuis nodig. Een simpele foliekas is niet genoeg om de temperatuur constant hoog te houden. Begin klein.

Koop zaden bij een betrouwbare leverancier (zoek op 'Victoria amazonica zaden kweken').

Vijl de harde schaal voorzichtig met een vijl, leg ze in een glas lauw water op een warme plek (boven de 25°C). Ververs het water dagelijks. Na 2-3 weken zie je wortels. Gebruik een grote, ondiepe bak – een oude teil of een speciale plantenbak voor waterplanten.

Vul met klei of leemachtige grond, bedek met water. Zet de kiemplant in de grond en zorg dat het water warm blijft.

Een aquariumverwarming kan helpen. En wees geduldig. Het kan maanden duren voordat je die eerste enorme bladeren ziet. Maar als het lukt, heb je iets bijzonders in huis: een stukje Amazone, levend in je eigen tuin.

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Over Eva van der Linden

Ik ben gefascineerd door de overgang tussen binnen en buiten en hoe een serre een tuin het hele jaar kan verrijken. Mijn achtergrond in tuinarchitectuur helpt me bij het ontwerpen van functionele en sfeervolle kassen. Ik deel graag mijn kennis over materialen, lichtinval en het kweken van bijzondere planten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Botanische Educatie & Wetenschap
Ga naar overzicht →