Hoe combineer je een robotmaaier met een automatisch sproeisysteem?
Stel je voor: je komt thuis na een warme zomerdag en je gazon ziet er perfect uit. Gras netjes gemaaid, fris groen en lichtvochtig.
Zonder dat jij er iets voor hebt gedaan. Dat is het geheim van een robotmaaier én een automatisch sproeisysteem die samenwerken. Geen gedoe meer met slangen of maaien in de hitte.
Maar hoe sluit je die twee aan zodat ze niet in conflict komen?
Dat leg ik je stap voor stap uit, alsof we samen in je tuin staan.
Wat je nodig hebt voor deze combinatie
Voor je begint, moet je zeker zijn dat je de basis op orde hebt. Anders loopt het mis.
Een robotmaaier werkt het beste op een gazon dat al redelijk egaal is.
- Een robotmaaier met een bedrade begrenzingsdraad. Die draad vertelt de maaier waar hij wel en niet mag komen. Merken als Husqvarna Automower, Gardena Sileno of Robomow zijn hier goed in.
- Een automatisch sproeisysteem van een merk als Gardena, Rain Bird of Hunter. Je hebt sowieso een controller, buizen (meestal PE-buis van 25 of 32 mm diameter), sproeiers en kleppen nodig.
- Een planning voor beide systemen. Ze moeten niet tegelijk aanstaan. De maaier moet droog gras maaien, en de sproeiers mogen niet nat worden terwijl ze draaien.
Zijn er veel hobbels of wortels? Dan kan hij vastlopen. Een automatisch sproeisysteem is eigenlijk een netwerk van buizen, sproeikoppen en een centrale computer (de controller).
Voor de combinatie heb je nodig: Reken voor een gemiddeld gazon van 300 m² op een investering van €1.500 tot €2.500 voor beide systemen, exclusief installatie. Het kost je een weekend werk als je het zelf doet.
Stap 1: Leg de begrenzingsdraad van de robotmaaier aan
Dit is de belangrijkste stap. Bereid je gazon goed voor; de begrenzingsdraad is namelijk de virtuele muur voor je robotmaaier.
- Teken eerst de route uit met krijt of een tuinslang. Houd minimaal 30 cm afstand van muren, hekken of vaste obstakels.
- Steek de draad in de grond met speciale haken. Zorg dat hij overal strak ligt, zonder lussen. Een losse draad is de nummer één reden dat een robotmaaier vastloopt.
- Sluit de draad aan op het laadstation. Test met de maaier of hij overal goed rijdt en niet uit de bocht vliegt.
Je legt hem rondom het gazon, maar ook rondom bloembedden, bomen of het sproeisysteem zelf. De draad wordt meestal 10 cm van de rand van het gazon gelegd, en ongeveer 3 cm diep in de grond gestoken. Veelgemaakte fout: de draad te dicht bij een sproeikop leggen. Als de sproeier omhoog komt, kan hij de draad raken of beschadigen. Houd daarom altijd minimaal 20 cm afstand tussen de begrenzingsdraad en een sproeier.
Stap 2: Installeer het automatische sproeisysteem
Nu het sproeisysteem. Dit is precisiewerk, maar niet ingewikkeld.
- Leg de hoofdbuis van je wateraansluiting (kraan of waterput) naar de plek waar je de controller en kleppen plaatst. Gebruik een PE-buis van 32 mm voor de hoofdleiding.
- Graaf sleuven voor de buizen, ongeveer 20-30 cm diep. Gebruik een smalle spade of een sleuvenfrees. Let op: je moet de begrenzingsdraad kruisen. Doe dat altijd onder een hoek van 90 graden, en graaf minimaal 10 cm onder de draad door.
- Plaats de sproeiers. Voor een gazon zijn pop-up sproeiers ideaal. Ze verdwijnen in de grond als ze niet draaien. Zorg dat de sproeibereik elkaar overlapt. Een sproeier met een bereik van 4 meter zet je dus op 3,5 meter van de volgende.
Je gaat buizen in de grond leggen die water naar de sproeikoppen brengen. Belangrijk: je moet weten waar de begrenzingsdraad ligt, want daar mag je niet graven. Mocht je toch per ongeluk de draad raken, lees dan hoe je de begrenzingsdraad vervangt zonder de tuin om te spitten.
Zo voorkom je dat je er per ongeluk doorheen graaft. Een beschadigde draad is vervelend, net zoals wanneer je robotmaaier per ongeluk de bloemborders inrijdt. Zorg er dus voor dat alles goed beschermd blijft.
Stap 3: Programmeer de tijden zodat ze niet botsen
Dit is het slimme gedeelte. Je robotmaaier en je sproeisysteem mogen nooit tegelijk aan.
De maaier moet droog gras maaien, anders krijg je modder en een slecht resultaat. De sproeiers mogen niet draaien als de maaier eroverheen rijdt, want dan beschadigen ze. Hier is een voorbeeldplanning die goed werkt:
- Sproeisysteem: laat in de avond of 's nachts, bijvoorbeeld van 23:00 uur tot 05:00 uur. Dan verdampt er het minste water.
- Robotmaaier: overdag, bijvoorbeeld van 10:00 uur tot 14:00 uur. Dan is het gras droog van de nachtelijke sproeibeurt.
Stel dit in op beide controllers. Bij de meeste systemen kun je per dag een ander schema instellen.
Begin met 3 maaisessies per week en 2 sproeibeurten per week in de zomer. Pas aan op het weer: na een flinke regenbui sla je een sproeibeurt over. Fout die je wilt vermijden: de maaier 's nachts laten lopen. Dan ziet hij niet goed waar hij rijdt en kan hij vastlopen op een sproeier die net omhoog komt.
Stap 4: Test en finetune het systeem
Nu komt het leukste deel: alles aanzetten en kijken of het werkt. Doe dit niet op een zondagavond als je maandagochtend vroeg op moet.
- Draai eerst een handmatige sproeibeurt. Loop langs alle sproeiers en kijk of ze goed werken en of er geen plassen ontstaan. Pas de sproeiers aan als ze te ver of te kort spuiten.
- Laat de robotmaaier een ronde maken. Volg hem een tijdje. Zie je dat hij bij een sproeier in de buurt komt en bijna over de begrenzingsdraad gaat? Dan moet je die draad misschien iets verder naar binnen leggen.
- Test de timing. Zet de sproeiers aan terwijl de maaier in zijn station staat. Gaat de maaier op dat moment toch uit het station? Dan is je timing niet goed. Stel de maaier dan een uur later in.
Plan een testdag in. Neem hiervoor echt de tijd. Een systeem dat niet goed is afgesteld, verspilt water of beschadigt je apparatuur. Na een weekje testen weet je zeker of alles klopt.
Checklist: werkt alles samen?
Voordat je achterover leunt, loop deze lijst even na. Zo weet je zeker dat je niks vergeten bent.
- De begrenzingsdraad ligt overal strak en minimaal 20 cm van elke sproeier af.
- Alle sproeiers komen omhoog zonder de begrenzingsdraad te raken.
- De sproeitijden en maaitijden overlappen niet. Sproeien in de nacht, maaien overdag.
- De robotmaaier vindt zijn laadstation terug zonder problemen.
- Je hebt een regensensor of slimme controller die sproeibeurten overslaat na regen.
- Je hebt de handleidingen van beide systemen bewaard, voor als je iets moet aanpassen.
Klaar? Dan heb je nu een gazon dat zichzelf onderhoudt. Het enige wat jij nog hoeft te doen, is er met een koud drankje van genieten.
