Hoe herken je de rhododendroncicade en de bijbehorende schimmel?

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Eva van der Linden
Tuinkasontwerper en groenspecialist
Plaagbestrijding & Plantgezondheid · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Je kijkt naar je prachtige rododendron en ziet iets geks: witte plukjes op de bladeren, alsof ieder er kleine watten op heeft geplakt.

Of misschien krullen de bladeren wel op en zien ze er plakkerig uit. Grote kans dat je te maken hebt met de rhododendroncicade en zijn vervelende schimmelvriendje. Geen paniek, het is een veelvoorkomend probleem. Met deze gids leer je het beestje en de schimmel feilloos herkennen, zodat je meteen actie kunt ondernemen.

Wat heb je nodig? (De basischeck)

Voordat je op onderzoek uitgaat, verzamel even wat spullen. Zo wordt het speuren een stuk makkelijker en zorgvuldiger.

  • Een loep of vergrootglas (minstens 10x vergroting): De cicade zelf is maar 3-4 mm klein, een stipje. Zonder vergroting zie je hem bijna niet.
  • Witte papier of een licht schudblad: Houd dit onder een verdachte tak en schud even zachtjes. De kleine, springende beestjes vallen zo op het witte papier.
  • Een notitieblok of telefoon voor foto's: Maak close-ups van wat je ziet. Dat helpt later bij het zoeken naar advies of bij een bezoek aan het tuincentrum.
  • Een spuitfles met water: Om eventuele plakresten (honingdauw) weg te spoelen en de schimmel beter te kunnen bekijken.
Een veelgemaakte fout: meteen naar de bestrijdingsmiddelen grijpen zonder zeker te weten wat er aan de hand is. Eerst goed kijken, dan pas handelen.

Stap 1: Zoek naar de schimmel (het makkelijkste bewijs)

De schimmel die op de uitwerpselen van de cicade groeit, is vaak het eerste wat je opvalt.

  1. Kijk naar de bovenkant van de bladeren. Zoek naar een zwarte, roetachtige aanslag. Het lijkt alsof er een laagje fijn zwart stof op zit. Dit is de schimmel die groeit op de zoete, kleverige honingdauw die de cicade achterlaat.
  2. Wrijf er voorzichtig overheen. Veegt het gemakkelijk weg, maar laat het een plakkerig laagje achter? Dan is het bijna zeker honingdauw met schimmel. Gewoon stof of roet van een barbecue veegt schoon en droog weg.
  3. Controleer ook de onderkant van de bladeren en de jonge scheuten. De cicade leeft vooral aan de onderkant, dus daar vind je de bron. De schimmel kan zich ook daar al vormen.

Zo herken je 'm. De schimmel op zichzelf doet de plant niet direct heel veel kwaad. Maar hij blokkeert wel zonlicht, waardoor de fotosynthese vermindert. Het is vooral een duidelijk signaal: hier zit een plaag zoals de wollige beukenluis.

Stap 2: Vind de dader: de cicade zelf

Nu gaan we op zoek naar het insect dat de schimmel veroorzaakt. Wil je weten hoe je eikenmeeldauw herkent en wat de impact is? Hij is klein en snel, dus dit vergt wat geduld.

  1. Gebruik je witte papier. Houd het onder een tak waar je de zwarte aanslag hebt gezien. Schud de tak een paar keer stevig. Kleine, bleekgele of lichtgroene springende beestjes van zo'n 3-4 mm vallen op het papier. Dit zijn de nimfen (jonge cicaden).
  2. Inspecteer de onderkant van de bladeren. Kijk met je loep naar de nerven en bladstelen. Zoek naar volwassen cicaden. Deze zijn iets groter (4-5 mm), hebben vaak twee donkere vlekjes op de kop en kunnen goed vliegen. Ze hebben een soort "dakje" over hun vleugels.
  3. Zoek naar de lege huidjes. De nimfen vervellen. Je kunt dus kleine, doorzichtige, lege omhulseltjes vinden vastgeplakt aan de onderkant van de bladeren. Een heel duidelijk teken van hun aanwezigheid.
Let op: De cicaden springen of vliegen snel weg als je te ruw schudt. Werk rustig en systematisch, tak voor tak.

Stap 3: Herken de schade aan de plant

Naast de schimmel en de beestjes laat de cicade ook typische schade achter. Soms is er echter sprake van herkenbare vraatschade door het elzenhaantje. Dit is wat je kunt zien:

  • Gekrulde of verkleurde bladranden. De bladen kunnen naar boven krullen of geel/bruine randen krijgen.
  • Groeiachterstand. De plant ziet er wat treurig uit, de nieuwe scheuten zijn korter en minder krachtig.
  • De combinatie is doorslaggevend. Een plant met alleen zwarte schimmel kan ook last hebben van bladluizen. Maar de combinatie van zwarte aanslag + kleine springende beestjes + gekrulde bladeren is het typische plaatje van de rhododendroncicade.

Stap 4: Plan je aanpak (preventie en bestrijding)

Heb je alle tekenen herkend? Dan is het tijd voor actie. Voorkomen is altijd beter dan genezen.

  1. Begin met een sterke plant. Een gezonde, goed gevoede rododendron is minder aantrekkelijk. Geef in het voorjaar speciale rhododendronmest (zoals van Ecostyle of Pokon) volgens de aanwijzingen op de verpakking.
  2. Gebruik een drukspuit met water. Een krachtige waterstraal kan de cicaden en de honingdauw wegspuiten. Doe dit bij voorkeur 's morgens, zodat de plant snel kan opdrogen.
  3. Overweeg biologische bestrijding. Voor een kleine aantasting kun je organische insecticiden op basis van pyrethrum (een natuurlijk middel) gebruiken. Merken als Substral of Bayer Garden hebben hiervoor producten. Volg altijd de dosering op de verpakking.
  4. Voor een hardnekkige plaag: systemische insecticiden worden via de wortels opgenomen en beschermen de hele plant. Dit is een zwaarder middel. Vraag advies bij het tuincentrum en lees de gebruiksaanwijzing heel goed door.

Je verificatie-checklist

Loop deze punten na om zeker te zijn van je zaak: Als je drie of meer van deze punten kunt afvinken, heb je met zekerheid de rhododendroncicade te pakken.

  • ☐ Ik zie een zwarte, roetachtige aanslag op de bovenkant van de bladeren.
  • ☐ De aanslag veegt weg en laat een plakkerig laagje achter.
  • ☐ Bij het schudden van een tak vallen er kleine, springende beestjes op wit papier.
  • ☐ Met een loep zie ik op de bladonderkant kleine, bleke insecten (nimfen) of iets grotere met vleugels (volwassen cicaden).
  • ☐ De bladeren van mijn rododendron krullen wat op of hebben verkleurde randen.

Nu kun je gericht aan de slag om je plant weer gezond te krijgen.

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Over Eva van der Linden

Ik ben gefascineerd door de overgang tussen binnen en buiten en hoe een serre een tuin het hele jaar kan verrijken. Mijn achtergrond in tuinarchitectuur helpt me bij het ontwerpen van functionele en sfeervolle kassen. Ik deel graag mijn kennis over materialen, lichtinval en het kweken van bijzondere planten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Plaagbestrijding & Plantgezondheid
Ga naar overzicht →