Wat te doen tegen de leliehaan op je lelies?

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Eva van der Linden
Tuinkasontwerper en groenspecialist
Plaagbestrijding & Plantgezondheid · 2026-02-15 · 4 min leestijd

Je loopt trots naar je lelies, klaar om te genieten van die prachtige bloemen. Maar dan zie je het: gaten in de bladeren, zwarte keuteltjes en misschien zelfs een knalrood beestje dat zich tegoed doet aan je planten. De leliehaan. Herkenbaar?

Geen paniek, dit is een van de meest voorkomende problemen bij lelie-liefhebbers, en het is goed op te lossen.

Laten we die vervelende gast eens flink aanpakken.

Wat is de leliehaan precies en waarom is hij zo'n probleem?

De leliehaan (Lilioceris lilii) is eigenlijk een prachtig beestje. Het is een knalrood, glanzend kevertje van zo'n 6 tot 8 millimeter groot.

Maar laat je niet misleiden door zijn vrolijke kleur. Dit kevertje en vooral zijn larven zijn een regelrechte plaag voor je lelies, martagonen en sommige Fritillaria's.

Het probleem begint in het voorjaar. De volwassen kevers komen uit de grond en beginnen direct aan de bladeren en stengels van je lelies te knabbelen. Maar het echte werk wordt gedaan door de larven. Die zijn grijs-zwart, slijmerig en bedekken zichzelf met hun eigen zwarte poep (frass) als een soort camouflage.

Ze vreten zich letterlijk door het bladmoes heen, waardoor alleen de tere bovenste bladhuid overblijft.

Zo'n plant kan dan geen energie meer opslaan in de bol voor het volgende jaar, en verzwakt zienderogen.

Eén kevertje kan al een hele kolonie larven produceren. Wacht dus niet af, want dan ben je te laat.

De beste manieren om de leliehaan te bestrijden

Gelukkig heb je verschillende opties, van handmatig tot professioneel. Kies wat bij jouw tuin en je tolerantie voor 'gekriebel' past.

Dit klinkt misschien vies, maar het is verreweg het beste. Trek handschoenen aan en check je lelies dagelijks in mei en juni. Je kunt de kevers zo van de bladeren plukken en in een emmer met water en een druppel afwasmiddel laten vallen. De larven kun je met een stokje of je vingers (met handschoen!) van de bladeren schrapen.

Handmatig verwijderen: de meest effectieve methode

Doe dit consequent, en je breekt de cyclus. Wil je liever niet plukken?

Dan zijn er biologische opties om het wilgenhaantje te bestrijden. Het middel op basis van pyrethrine (een natuurlijk insecticide gemaakt van chrysantenbloemen) werkt goed tegen de volwassen kevers.

Biologische bestrijdingsmiddelen

Je spuit het direct op de kevers. Een fles van 250 ml concentraat, zoals van het merk Bio Plant, kost je zo'n €15-€20. Let op: het doodt ook nuttige insecten, dus spuit gericht en niet op bloeiende bloemen.

Een andere optie, bijvoorbeeld als je de frambozenkever wilt aanpakken, is Neem-olie (Azadirachtine). Dit werkt wat trager, maar verstoort de groei en voortplanting van de larven.

Meng 5 ml olie met 1 liter water en een druppel zeep en spray de onderkant van de bladeren. Een fles van 250 ml kost rond de €12-€18. Bij een extreme plaag kan je naar een systemisch insecticide grijpen.

Dit wordt opgenomen door de plant en maakt het hele sap voor de kevers giftig.

Chemische insecticiden

Producten met acetamiprid of thiacloprid zijn effectief. Een voorbeeld is Ultima van Bayer, verkrijgbaar bij tuincentra voor zo'n €25-€35 voor een verpakking voor 50-100 m².

Gebruik dit alleen als het echt niet anders kan, want het is schadelijk voor bijen en andere bestuivers.

Volg altijd strikt de gebruiksaanwijzing op de verpakking.

Voorkomen is beter dan genezen: hoe houd je ze weg?

Een gezonde plant is minder aantrekkelijk. Zorg dus voor een goede, doorlatende grond en geef je lelies in het voorjaar organische meststof.

Een sterke plant kan een aanval beter hebben. Een slimme truc is het planten van knoflook of afrikaantjes (Tagetes) tussen je lelies. De sterke geur zou de kevers kunnen afschrikken.

Het is geen garantie, maar het maakt je tuin wel gezelliger en gevarieerder. Het allerbelangrijkste is controle.

Loop in het voorjaar (vanaf half mei) regelmatig je lelies na. Zie je één rood kevertje?

Dan weet je dat er meer aankomen. Door vroeg te handelen, voorkom je een explosie van larven later in de zomer.

Praktische tips voor een leliehaan-vrije tuin

  • Timing is alles: De volwassen kevers verschijnen meestal in de tweede helft van mei. Begin dan met controleren.
  • Ruim de herfst op: In de winter overleven de kevers als pop in de grond onder je lelies. Door in de herfst de bovenlaag van de aarde rond de planten voorzichtig om te scheppen, kun je de poppen blootleggen aan vorst en vogels.
  • Help de natuur: Vogels zoals kippen en fazanten zijn dol op de kevers en larven. Heb je kippen? Laat ze voorzichtig tussen je lelies scharrelen (wel even de bloemen beschermen).
  • Blijf volhouden: De leliehaan kan vanuit buurttuinen terugvliegen. Het is een kwestie van consistentie. Een paar minuten per dag in het seizoen kan je lelies redden.

De strijd tegen de leliehaan is een klassieke tuinier-uitdaging, net als het bestrijden van de rozensnuitkever. Het vraagt om aandacht en doorzettingsvermogen, maar het resultaat – gezonde, bloeiende lelies die je hele border opfleuren – is het meer dan waard.

Dus trek die handschoenen aan, pak een bakje met zeepsop en ga ervoor. Jouw lelies zullen je dankbaar zijn.

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Over Eva van der Linden

Ik ben gefascineerd door de overgang tussen binnen en buiten en hoe een serre een tuin het hele jaar kan verrijken. Mijn achtergrond in tuinarchitectuur helpt me bij het ontwerpen van functionele en sfeervolle kassen. Ik deel graag mijn kennis over materialen, lichtinval en het kweken van bijzondere planten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Plaagbestrijding & Plantgezondheid
Ga naar overzicht →