Wat te doen tegen de rozengalwesp?

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Eva van der Linden
Tuinkasontwerper en groenspecialist
Plaagbestrijding & Plantgezondheid · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Je kent het wel: je loopt trots naar je rozenstruik, klaar om van de bloemenpracht te genieten, en dan zie je die lelijke, harde, groene of rode bollen aan de takken. Geen bloem te bekennen. De schuldige? De rozengalwesp. Geen paniek. Dit is geen teken dat je een slechte tuinier bent, maar gewoon een klein, vervelend beestje dat je rozen als kraamkamer gebruikt. Gelukkig is er wat aan te doen, en vaak makkelijker dan je denkt.

Wat is die rozengalwesp precies?

De rozengalwesp (Diplolepis rosae) is een minuscuul, onopvallend zwart wespje van maar een paar millimeter groot. Het is geen gevaarlijke wesp die steekt; het is een sluwe parasiet. In het voorjaar legt het vrouwtje haar eitjes in de jonge, zachte knoppen of scheuten van je rozenstruik.

De larve die uitkomt, injecteert stoffen in de plant die een abnormale groei veroorzaken: de gal.

Dat is die harde, soms fluweelachtige bol die je ziet. De gal beschermt de larve en biedt voedsel.

Binnenin groeit de larve rustig uit, overwintert er, en kruipt het volgende voorjaar pas als volwassen wesp naar buiten. Je rozen hebben dus last van een gast die een heel jaar blijft logeren.

Waarom zou je er iets tegen doen?

Op zichzelf is één gal niet het einde van de wereld. Maar als je niks doet, kan het probleem flink groeien.

De wesp legt namelijk meerdere eitjes, en volgend jaar zijn het er meer.

Een flinke aantasting kan je rozenstruik verzwakken. De energie die normaal naar bloemen en gezonde groei gaat, wordt nu gestolen voor het maken van die gallen. Je krijgt minder bloemen, de groei stagneert en de struik wordt gevoeliger voor andere ziektes. Het is dus vooral een kwestie van je plant gezond en bloeiend houden.

Denk aan de gal als een ongewenste huisgenoot die niet alleen op de bank hangt, maar ook nog eens je hele koelkast leeg eet.

Herken de vijand: zo spot je de aantasting

De gallen zijn eigenlijk niet te missen. Je ziet ze vooral in het late voorjaar en de zomer.

Ze beginnen als kleine, zachte, groene bobbels op de nieuwe scheuten of bij de bloemknoppen. Later worden ze harder, dikker en verkleuren ze naar rood, paars of bruin.

De grootte varieert van een erwt tot een flinke knikker. Let goed op: de gal zit altijd vast aan de tak. Soms zie je kleine gaatjes, dat betekent dat de wesp al is uitgevlogen. Controleer ook de onderkant van de bladeren, daar kunnen kleinere, platte gallen zitten.

  • Wanneer controleren? Vanaf mei tot en met augustus.
  • Waar kijken? Vooral op jonge, krachtige scheuten en bij bloemknoppen.
  • Hoe herkennen? Harde, ronde of ovale gezwellen die niet op een knop of doorn lijken.

Aanpakken: van knippen tot bestrijden

Je kunt de rozengalwesp op twee manieren te lijf gaan: preventief en direct.

De beste aanpak is een combinatie. Dit is je eerste en belangrijkste wapen. Zodra je een gal ziet, pak je de snoeischaar. Knip de tak een flink stuk onder de gal af.

1. De simpelste oplossing: knippen en opruimen

Doe dit voordat de wesp in het voorjaar uitvliegt, dus idealiter in de winter of het vroege voorjaar. Maar ook in de zomer helpt het om de verspreiding te stoppen.

Gooi de afgeknipte takken met gallen niet op de composthoop, maar in de grijze container of verbrand ze.

2. Biologische bestrijders: de natuurlijke vijand

Zo voorkom je dat de larven alsnog uitkomen. Je kunt de natuur een handje helpen. Er zijn kleine sluipwespen (parasitoïden) die de larven in de gal aanvallen.

Deze nuttige insecten kun je niet zomaar kopen, maar je kunt ze aantrekken door een gevarieerde tuin te hebben met bloeiende planten. Zoek je naar wat te doen tegen de kersenzwarte bladluis? Een populair en effectiever product is aaltjes (nematoden) tegen larven in de bodem.

3. Bestrijdingsmiddelen: wanneer en welke?

Dit werkt echter minder goed tegen de rozengalwesp, omdat de larve beschermd zit in de gal boven de grond. Chemische bestrijding is een laatste redmiddel en moet heel gericht gebeuren. Zoek je naar wat te doen tegen de taxusgalmijt? Het beste moment voor bestrijding is in het vroege voorjaar, net als de eerste jonge scheuten verschijnen.

Dan legt de wesp haar eitjes. Je kunt dan een insecticide op basis van pyrethrum of pirimicarb gebruiken, speciaal voor sierplanten.

Volg altijd de aanwijzingen op de verpakking precies.

  • Voorbeeldproduct: 'Bayer Garden Spruzit' tegen zuigende en kauwende insecten. Prijsindicatie: €10-€15 voor een flacon.
  • Toepassing: Bespuit de jonge scheuten grondig, vooral de toppen. Herhaal na 2 weken als de aantasting ernstig is.
  • Let op: Bestrijdingsmiddelen doden ook nuttige insecten. Gebruik ze spaarzaam en alleen bij een echte plaag.

Voorkomen is beter dan genezen

Een gezonde, sterke roos is minder aantrekkelijk voor de wesp. Goede verzorging is dus je beste preventie.

  • Snoei elk jaar in het late najaar of winter je rozenstruik flink terug. Verwijder oude, dode takken en zorg voor een open structuur. Dit maakt het voor de wesp moeilijker om haar eitjes te leggen.
  • Geef je rozen de juiste voeding. Gebruik in het voorjaar een speciale rozenmest (zoals van Pokon of Ecostyle) voor een sterke groei. Een sterke plant herstelt zich beter.
  • Zorg voor een luchtige standplaats. Rozen houden van zon en een goed doorlatende bodem. Vermijd natte voeten en te veel schaduw.
  • Controleer regelmatig. Een wekelijks rondje langs je rozen in het voorjaar en zomer vangt problemen vroeg op.

De rozengalwesp is vervelend, maar geen ramp. Met een scherpe snoeischaar, wat oplettendheid en de juiste verzorging houd jij de baas over je eigen rozen. En onthoud: of je nu zoekt naar wat te doen tegen de rozensnuitkever of andere plagen, elke tuinier krijgt ermee te maken.

Het hoort er een beetje bij. Het gaat erom dat je er iets aan doet voordat het de overhand krijgt. Zo kun je straks weer ongestoord genieten van die prachtige bloemen waar je het allemaal voor doet.

Portret van Eva van der Linden, tuinkasontwerper en groenspecialist
Over Eva van der Linden

Ik ben gefascineerd door de overgang tussen binnen en buiten en hoe een serre een tuin het hele jaar kan verrijken. Mijn achtergrond in tuinarchitectuur helpt me bij het ontwerpen van functionele en sfeervolle kassen. Ik deel graag mijn kennis over materialen, lichtinval en het kweken van bijzondere planten.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Plaagbestrijding & Plantgezondheid
Ga naar overzicht →